Zwitserse strooikaas is iets wat sedert mijn jeugd in mijn reukgeheugen gegrift staat als stinkkaas. Velen onder jullie zullen het niet kennen dus een klein woordje uitleg is wel gepast. Laten mij beginnen met de verpakking, zolang je die niet opent dreigt er geen gevaar. Maar goed, de buitenkant dus. Een klein kartonnen konisch strooibusje. Op een gele achtergrond een afbeelding van de Zwitserse Alpen, een man in typische Zwitserse klederdracht, een hoorn en het Zwitsere kruis. Als dekseltje een rond kartonnetje met een lipje en daaronder de magische vijf gaatjes die telkens met een breinaald doorprikt werden.
Eenmaal die gaatjes open werd de keuken steevast gevuld met een aroma die je helemaal niet associeert met de zuivere berglucht. Zwitserse strooikaas is een kaas, als ik het goed onthouden heb een gruyère, tot poeder gemalen, gedroogd en dan met kruiden vermengt. Hoewel de geur mij nog steeds achterover doet vallen, vind ik de kaas best heerlijk op een pasta of in een saus verwerkt. Echte adepten eten die natuurlijk gewoon op een boterham met boter. Kwestie van de smaak beter tot zijn recht te doen komen. Ook de geur.
Vroeger kochten we die kaas altijd in Nederland, bij Albert Heijn. Stapels werden België ingevoerd want het artikel bewaard goed. Jammer genoeg. Tot ik het op een dag in Oostende in een winkel aantrof. Groot jolijt bij mijn ouders want nu hoefden ze niet meer naar Nederland. Onlangs is het uit het rek verdwenen en staat er een nieuwe soort strooikaas op het schap. Gedroode fijn gemalen oude kaas. Onlangs kocht ik zo’n doosje onder het motto : alles, of toch veel, moet geprobeerd worden. Samen met nog wat andere boodschappen stond ik met de strooikaas in de rij aan de kassa. Dromerig te wachten tot het mijn beurt was. Als een automaat, zonder het echt te beseffen, begon ik met doosje kaas te schudden. Waarschijnlijk dacht ik dat ik in een of andere band zat en een instrumentje in mijn handen had. Tot op het moment dat het doosje onder het ritmisch schudden open plofte.
Kaas overal. Tussen de haartjes op mijn armen, over mijn hemd, broek en schoenen. Links naast mij kaas op de grond, in mijn draagtas en tussen mijn boodschappen kaas. Het was back to reality voor mij. Op zich nog niet zo erg. Ware het niet dat de kaas die op mijn huid lag, door mijn lichaamswarmte begon te kleven. Gezien ik niet direct naar huis kon liep ik rond met een zuur parfum, de mensen mijdend waar ik maar kon.